Satellietdata en bodemkwaliteit

Satellietdata en bodemkwaliteit

De bodemconditie van akkers is voor agrarische ondernemers van groot belang om zo optimaal mogelijk haar gewassen te telen. Het organische stofgehalte van de bodem is een belangrijke factor voor een goede bodemkwaliteit. In hoeverre kan dat organisch stofgehalte aan de hand van satellietbeelden in kaart worden gebracht, inclusief de ontwikkeling door de jaren heen? Dat is een vraag die onderzocht wordt door een consortium van studenten en onderzoekers die in voorjaar 2021 gestart zijn met het tweede jaar van een project rondom een veldvalorisatie. Deze opdracht van provincie Noord-Holland en provincie Flevoland gaat om de kalibratie van het bestaande rekenmodel voor organisch stofgehalte in de bodem op basis van satellietdata.

Organische stof in de bodem is van groot belang voor de bodemstructuur, bewerkbaarheid, vochthuishouding, bodembiodiversiteit, nutriëntenkringlopen, weerbaarheid tegen ziekten en plagen en daarmee het bodem- en watersysteem zowel kwalitatief als kwantitatief. Omdat de opbouw van organische stof in de bodem een zeer traag proces is, is het verloop van de koolstofopbouw pas na 5-10 jaar meetbaar. Daarnaast wordt meestal één mengmonster per perceel geanalyseerd, hetgeen de teler weinig houvast biedt om o.a. precisietoepassingen te benutten om het organisch stofgehalte op peil te houden en/of te verhogen. Om de voortgang te monitoren is een adequate meetmethode essentieel.

 

Satellietbeelden

In dit project worden de satellietbeelden van de Sentinel-2 gebruikt. Deze beelden worden elke 5 dagen genomen en zijn gratis beschikbaar, Met deze data kunnen perceelskaarten worden gemaakt waarin plaats-specifieke verschillen in organische stof tot uiting komen. Dit zou een verfijning zijn ten opzichte van de traditionele grondmonsteranalyse waarbij 1 mengmonster per perceel wordt genomen. Onderzocht wordt of de kaarten die hiermee verkregen worden geschikt zijn om (de verschillen in) het organische stofgehalte in de bovengrond te meten en monitoren.

 

Bijdragen vanuit studenten MBO, HBO en WO
Vanuit MBO, HBO en WO worden ‘groene’ kennisontwikkeling en praktijktoepassing steeds vaker gestimuleerd om alert te blijven op actuele ontwikkelingen in de samenleving en arbeidsmarkt.

Niels Borst (student Clusius College): ‘Dit project vind ik interessant, omdat de lessen dan echt iets betekenen en je kunt van je eigen grond gegevens krijgen waardoor je weet of je misschien iets moet veranderen’.

 

Douwe Dijkstra (student Aeres Hogeschool): ‘Wat ik geleerd heb is dat de boeren heel veel over hun perceel kunnen vertellen, maar dat bodemkaarten en organisch stof kaarten toch meer op detail aangeven waar de verschillen zitten in een perceel. In de toekomst zal er daarom nog wel winst zijn te behalen, door bijvoorbeeld plaats specifiek de grond te bewerken en bemesten’.

 

Binnen het project werken de onderwijsinstellingen Amsterdam Green Campus, Clusiuscollege, Aeres Hogeschool, Universiteit van Amsterdam en Universiteit van Louvain (B) samen. Provincie Noord-Holland en provincie Flevoland zijn de opdrachtgevers en financiers van dit project.