Hoogste tijd om de koppen bij elkaar te steken

Hoogste tijd om de koppen bij elkaar te steken

Waar de connectie tussen de groenten onder glas en de verschillende kennisinstituten elkaar goed weten te vinden, geldt dat veel minder voor de sierteelt. Dat is zorgwekkend, omdat de maatschappelijke druk op het ontwikkelen van duurzaam en chemie-vrij geteelde gewassen toeneemt en daarmee de license to produce op het spel staat. Tegelijkertijd is de sierteelt als geheel voor Nederland een belangrijk exportproduct, is de kennis en kunde bij uitstek hier aanwezig en is het (dus) de hoogste tijd de koppen bij elkaar te steken.

Doe dat dus en liever gisteren dan vandaag. Dat is in grote trekken het idee achter Next Level Sierteeltveredeling, een gezamenlijke oproep hiertoe van Amsterdam Green Campus, de provincies Noord- en Zuid-Holland, topsector Tuinbouw & Uitgangsmateriaal, Plantum en de Greenports Aalsmeer en –Duin- en Bollenstreek. “Jullie zouden bedrijfsspecifieke kennis pre-competitief met elkaar moeten delen,” aldus initiatiefnemer Michel Haring, “want alleen op die manier kan echt vaart gemaakt worden.”

Haring, professor aan de Universiteit van Amsterdam, richtte zich tot een groep sierteeltondernemers van Blooming Breeders, die gisteren op de ficuskwekerij Mondo Verde, het bedrijf van vader en zoons Bakker uit Rijsenhout, bijeen kwam. De toekomst van Nederland sierteeltland is niet vanzelfsprekend, zo is de gemeenschappelijke overtuiging van de dames en (vooral) heren en met de ideeën van Haring was het leuk stoeien.

Nieuwe perspectieven
Er zijn nogal wat verschillen tussen de groenten en de sierteelt. Een daarvan is dat het spel met licenties er veel ingewikkelder is, al is het maar omdat de diversiteit van de gewassen veel grotere is. Een ander verschil is dat de genetica van al die bloemetjes en plantjes, weet Haring, vaak ook nog eens flink wat ingewikkelder is dan die van een tomaat. Toch is met de kennis van nu heel veel mogelijk – veel  meer dan pakweg tien jaar geleden – en zijn de potentiële voordelen van samenwerking in nieuw perspectief komen te staan.

Hoe dan, dat is natuurlijk een tweede. In de klassieke verdeling doe je een zgn. biotests, legt Haring uit. Je kruist twee plantjes, kijkt naar de afstammelingen en probeert dan die nakomelingen te isoleren die de gewenste eigenschappen hebben. Dat proces, om ook maar in iets van succes te resulteren, is bijna per definitie duur en tijdrovend. Maar als nu, bijvoorbeeld, een handjevol tulpenboeren op basis van vertrouwen het assortiment bij elkaar zou leggen en er een concrete zoekopdracht – we zoeken het stukje DNA dat resistentie tegen schimmel X of ziekte Y garandeert – geformuleerd wordt, dan zijn er slagen te maken.

Dat proces, weet Haring, is in essentie niets anders dan bestaande samenwerkingsprojecten, waarin best practice wordt vergeleken zonder dat daarbij per se alle bedrijfsgeheimen op straat komen te liggen. “Jouw tulp is jouw tulp en blijft jouw tulp. Daarom loont het, voor de kleintjes niet minder dan voor de groten, te participeren. Sterker nog, dat zou wel eens hét argument kunnen zijn: mijn buurman doet ook mee en als ik me afzijdig houd, mis ik de boot.”

Grote vraag nummer 2 is, natuurlijk, de financiering. De verdeeldheid is groot en de marges, zo zou over het algemeen gedacht worden, zijn (te) klein voor substantiële investeringen. Daarom is Haring c.s. flink aan het lobbyen in Den Haag, zoekt hij de steun van de ondernemers (precies het doel van de middag) en probeert hij concrete projecten en programma’s te initiëren.

Publicatiedatum: 20-3-2018
Auteur: Geert Peeters
Copyright: www.bpnieuws.nl