Duurzame bloemkool: niet onderwerken van vaste mest

Duurzame bloemkool: niet onderwerken van vaste mest

2020 – 2024

Beschrijving project

Probleem

In opdracht van provincie Noord-Holland wordt op percelen van bloemkooltelers Wim Reus en Pé Slagter in Hem (Noord-Holland) onderzocht wat de invloed is van het niet onderwerken van vaste mest op de bodemkwaliteit, opbrengst, productkwaliteit van de gewassen, uitspoeling naar oppervlakte water, onder- en bovengrondse biodiversiteit (microben, aaltjes en insecten) en akkervogels.

De resultaten van dit onderzoek moeten helpen bij het vaststellen of het wenselijk is de huidige regelgeving met betrekking tot het verplicht onderwerken van mest aan te passen, om zodoende een remmende factor voor het gebruik van vaste mest én voor het sluiten van kringlopen in de landbouw weg te nemen.

Resultaten 2020

Rapportage 2020

Een deel van de nulmeting wordt uitgelegd in dit rapport, want nog niet alle monsters zijn geanalyseerd in het laboratorium. Het analyseren van de vele monsters kost tijd, maar dit is geen probleem omdat de monsters voor lange tijd bewaard kunnen worden in de koeling of vriezer. Naast de gedeeltelijke resultaten van de nulmetingen vindt u ook de volledige beschrijving van de methode die is toegepast, terug in deze rapportage. De methoden zijn uitgevoerd in overleg met de collega’s in Friesland die in 2021 van start zijn gegaan met een vergelijkbaar onderzoek.

Download: Rapportage 2020 – Duurzame Bloemkool

Plan van aanpak

Het plan van aanpak is gemaakt in opdracht van de Provincie Noord‐Holland in samenwerking met Van Hall Larenstein, Ecolana en Agroagenda en Amsterdam Green Campus. Onderzoekers Elly Morriën en Erik Cammeraat van het Instituut Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica van de Universiteit van Amsterdam leiden het onderzoek. Allerlei studenten van MBO, HBO en WO kunnen aansluiten bij het onderzoek via het Sustaina Student Lab van Amsterdam Green Campus.

Download: Plan van aanpak – Duurzame bloemkool

Studentopdrachten

Studenten van MBO, HBO en WO doen onderzoek binnen het Duurzame bloemkool project. Hieronder zijn de verschillende rapporten te vinden én doen we verslag over kennisdeeldagen.

MEES ZWAGERMAN: 3E JAAR BACHELOR FUTURE PLANET STUDIES, Universiteit van Amsterdam

1 april 2021 – 30 mei 2021.
Thesis: “Effects of Minimal Tillage Management and Different Manure Types on Earthworm Populations in Dutch Cauliflower Fields”.
The international food production is increasing because of the global population growth. In order to meet the need for food in the world, the agricultural sector is under pressure. The demand for Intensive farming is growing rapidly, to have high crop profit on a short term. Intensive agriculture causes soil quality to deplete. The importance of focusing on soil improvement becomes more urgent. This can be achieved by changing agricultural methods. Techniques such as tillage and over-fertilization reduce biodiversity. The soil can no longer recover due to a nutrient deficiency. Tillage also affects underground life. There’s a growing awareness that alternative and more sustainable agricultural methods must be found to prevent further deterioration of biodiversity. Non-incorporation of manure can contribute to the improvement of soil biodiversity because it leaves the home ground of organisms such as worms undisturbed. Worms improve the soil structure, stability and the conversion of soil organic matter (SOM). And play a crucial role in stimulating biodiversity. This research will therefore look at: How does the density and biomass of earthworms in Dutch marine clay soils vary over the season (1)? What is the correlation between earthworm types in relation to different manure types (2)? How does tillage affect the juvenile earthworm count, the food source of meadow birds (3)?

DOUWE DE MAIJER: 3E JAAR BACHELOR FUTURE PLANET STUDIES, Universiteit van Amsterdam

1 april 2021 – 30 mei 2021.
Thesis: “Effects of Minimal Tillage Management on Low-flying Insect Abundance and Meadow Bird Nests and Behaviour in Dutch Cauliflower Fields”.
Dit onderzoek is gericht op de effecten van het niet-onderwerken van strorijke stalmest op laagvliegende insectenpopulaties en weidevogelnesten en -gedrag. Voor het analyseren van insectenpopulaties is gebruik gemaakt van malaisevallen die voor en na het toedienen van mest wekelijks geleegd, gedroogd, gewogen en geteld werden, om vervolgens te meten of er een verschil was tussen wel- en niet-ondergewerkte stroken. Direct na toediening van mest blijken insecten populaties significant hoger te zijn op niet-ondergewerkte velden, hoogstwaarschijnlijk omdat het voedselaanbod hoger en beter beschikbaar is. Er is geen significante relatie tussen vogelnestaantallen en wel- of niet-ondergewerkte velden, maar er werden wel meer nesten aangetroffen op niet-ondergewerkte velden. Daarbij moet wel vermeld worden dat de vogelnestkeuze van weidevogels vaak eerder gewoonte is dan bewuste keuze, dus een directe relatie met wel of niet onderwerken kan niet worden geconcludeerd. Wel werd er significant meer gefoerageerd op niet-ondergewerkte velden, waarschijnlijk omdat het insectenaanbod op deze velden hoger is.

SUSANNE DE BRUIN: 3E JAAR BACHELOR FUTURE PLANET STUDIES, Universiteit van Amsterdam

1 april 2021 – 30 mei 2021.
Thesis: “The impact of tillage practices on the aggegrate stability of clay soil”.
De thesis richt zich op het effect van grondbewerking op de aggregaat stabiliteit van de bodem. Dit onderzoek is gebaseerd op de theorie dat grondbewerking leidt tot een lagere aggregaat stabiliteit en tot verlies van organische stof uit de bovengrond, wat uiteindelijk kan leiden tot bodemdegradatie. Bodembewerkingspraktijken zouden dan problemen kunnen veroorzaken in de landbouw, omdat ze aanzienlijke schadelijke effecten hebben op de bodem. In dit onderzoek is gekeken naar vier verschillende soorten organische stof (POXC, HWC, totale organische stof en totaal koolstofgehalte) en hun relatie tot de aggregaat stabiliteit. Bodemmonsters zijn onderzocht in een laboratorium, met behulp van natte zeefmethoden, om de aggregaat stabiliteit te berekenen. Deze resultaten zijn vergeleken met eerder verzamelde gegevens en besproken binnen het geselecteerde kader van duurzame landbouwpraktijken. De resultaten toonden aan dat grondbewerkingspraktijken geen significant effect hadden op de aggregaat stabiliteit binnen de aangegeven periode van 5 maanden (P > 0,05). De verschillende velden hadden echter een significant verschillende aggregaat stabiliteit (P < 0,0001). Alle vier soorten organische stof hadden een significant positieve matige correlatie met de aggregaat stabiliteit in de bodem. We concluderen dat de aggregaat stabiliteit niet reageert op strategieën voor bodembeheer op de korte termijn (< jaar).

NATALIA DREIJER: 3E JAAR BACHELOR FUTURE PLANET STUDIES, Universiteit van Amsterdam

10 November 2020 – 30 Maart 2021.
Thesis: “The effect of tillage and straw manure on nutrient leaching on marine clay soils”.
Het thesis onderzoek richt zich op het effect van ploegen en stro-rijke stalmest op de uitspoeling van nutriënten naar bodem en oppervlaktewater. De resultaten van oppervlakte en bodemwater kwaliteit worden beschreven en bediscussieerd. De watersamples zijn genomen uit velden met een marine kleibodem waar bloemkool verbouwd wordt in Hem, Nederland. De bloemkool wordt verbouwd op zes plots waarvan drie met ploegen (T) en drie zonder ploegen (NT) bewerkt worden, allen gecombineerd met stro-rijke stalmest. Uitkomsten van de sample analyse uit de Skalar autoanalyzer worden met behulp van literatuur bediscussieerd om kaderichtlijnen te creëren voor duurzaam mest gebruik.

JHALEESA ALBERG: 3DE JAARS BACHELOR FUTURE PLANET STUDIES, Universiteit van Amsterdam

30 mrt-10 juli 2020.

Thesis: “Will vis-NIR spectroscopy be the new method to measure aggregate stability?”.
Jhaleesa heeft twee modellen in de literatuur vergeleken waarbij aggregaat-stabiliteit berekend wordt uit pH, textuur en gehalte aan organisch materiaal. Het werd vergeleken met data die de aggregaat stabiliteit meten met een klassieke methode (natte zeef) en Near InfraRed spectroscopy. Ze vergeleek verschillende datasets en interviewde Wim Reus. Haar conclusie was dat de huidige modellen niet zo geschikt zijn om aggregaat stabiliteit te berekenen, maar dat NIR-spectroscopy een goede aanvulling is op de klassieke natte-zeefmethode. Het geplande laboratoriumwerk kon i.v.m. COVID-19 geen doorgang vinden.

STEPHAN VAN DIJK, EMILE KAPTEIJN, TIMO VAN DER MEER & ABRAM SCHAAP; TOEGEPASTE BIOLOGIE.

Aeres Hogeschool Almere.
Literatuuroverzicht van de invloed van het bovengronds uitrijden van strorijke mest en het niet keren van de grond op de bodemstructuur, de ondergrondse biodiversiteit (schimmels, mijten & regenwormen) en de bovengrondse biodiversiteit (muizen en weidevogels).

Kennisdeeldagen

Algemene informatie

Projectmanager
Roos van Maanen – Amsterdam Green Campus

Projectleider
Lisa Bibbe – Amsterdam Green Campus

Contactgegevens

Lisa Bibbe

T: 06 – 177 830 58

In opdracht van

Partners

  • Universiteit van Amsterdam
  • Rijksdienst Voor Ondernemen
  • Vollegrondsgroente.net
  • Ecolane